Een stukje theorie over de vetten…

 
Wanneer we over vet in de dagelijkse voeding spreken kan je 2 grote groepen onderscheiden: de zichtbare en de verborgen vetten. Als we naar de structuur en het gezondheidsaspect van vetten gaan kijken, kan je spreken over de verzadigde en onverzadigde vetten. Wanneer vetten moeten beperkt worden, gaan we eerst kijken naar de hoeveelheid vet die in de huidige voeding ingenomen wordt. Daarbij kijken we dus naar de verborgen en de zichtbare vetten. Naast het op punt stellen van de hoeveelheid ingenomen vet kunnen we ook, in het belang van een goede gezondheid, gaan werken aan de kwaliteit van de ingenomen vetten. Vetten zijn een geconcentreerde bron van energie. 1 g vet levert 9 kcal. Ter vergelijking: 1 g koolhydraten en 1 g eiwitten leveren elk 4 kcal.
 
 
Zichtbare versus verborgen vetten: De juiste verhouding is belangrijk!
 
Zichtbare vetten:
Olie, boter en room. Dit zijn vetten die men ziet, en vaak zelf aan een maaltijd toevoegt. Hierbij is het belangrijk te weten dat we wel degelijk vet nodig hebben om gezond te zijn. In een gezonde voeding komt 30 % van de ingenomen calorieën uit vet. Je vetinname te strikt beperken is dus ook niet zo gezond. Belangrijk is om te kiezen voor gezonde vetten; vetten van plantaardige oorsprong die geen negatieve invloed hebben op je hart- en bloedvaten. Deze moeten we dus wel gebruiken, uiteraard met mate.
 
Verborgen vetten:
Hier maakt men vaak fouten. Mensen die zeer goed op hun vetgebruik letten krijgen vaak ongemerkt toch veel vet binnen via verborgen vetten. Deze treft men vooral aan in kaas, koekjes, cakes, chocolade, roomijs, kant-en-klaargerechten, chips, nootjes, broodbeleg, olijven, fastfood … Dit zijn vetten die je op zich niet ziet of zelf niet toevoegt. Vele mensen houden hier dan ook te weinig rekening mee.